Spring naar inhoud

Begrijp dit symptoom

Stemmingswisselingen in de overgang

Laatst bijgewerkt 5 min lezen
Prikkelbaarheid en woede horen er even goed bij als somberheid. Ze worden zelden benoemd.

Inzicht

De essentie

Dit symptoom ontstaat door de hormonale verschuivingen die je lichaam ondergaat. Begrijpen wat er gebeurt helpt je beter om te gaan met wat je voelt.

De oorzaak

Oestrogeen en progesteron sturen mee de systemen in je hersenen die je stemming stabiel houden, onder meer via serotonine. Wanneer die hormonen in de perimenopauze beginnen te schommelen en te dalen, komen emoties sneller en heftiger binnen. Slecht slapen, opvliegers en aanhoudende stress maken het sterker. Boosheid en prikkelbaarheid zijn daarbij vaak de eerste klachten, niet somberheid.

Wat helpt

Begin bij de basis: je slaap beschermen, regelmatig bewegen en echte rust inbouwen. Minder alcohol en cafeïne helpt tegen onrust. Gesprekstherapie werkt goed bij een lage stemming en angst, en ondersteunt tegelijk je slaap. Blijven de klachten zwaar of duren ze lang, dan verdient het een gesprek met een zorgverlener die de overgang door en door kent.

Eerlijk en transparant

De meest voorkomende vragen

Het kan je overvallen, zeker als je altijd redelijk stabiel in je vel zat. Toch horen stemmingswisselingen bij de meest voorkomende klachten in deze fase: prikkelbaarheid, huilbuien, onrust en een wisselende stemming komen vaak samen voor rond de perimenopauze en menopauze. Je hersenen passen zich aan een nieuw hormonaal evenwicht aan, en dat voel je.

Veel vrouwen verwachten somberheid en schrikken net van de boosheid. Boosheid en prikkelbaarheid zijn een van de meest onderschatte overgangsklachten: het lontje wordt korter en irritatie komt sneller op. Dat komt doordat dalend oestrogeen de stoffen ondermijnt die je stemming bufferen, en doordat slecht slapen je geduld extra op de proef stelt.

Belangrijke vraag, en het antwoord zit in het patroon. Stemmingswisselingen schommelen: een goede nacht of een fijne dag trekt de wolk weer weg. Bij een depressie blijft je stemming somber, dag na dag, langer dan twee weken, en verlies je je interesse of plezier in dingen. Herken je dat laatste, laat je dan begeleiden, want een depressie is goed behandelbaar.

Goede reflex om breder te kijken, want de overgang is niet de enige mogelijke verklaring. Ook een schildklierprobleem, een tekort aan ijzer of vitamine B12, bepaalde medicatie, slaapapneu en langdurige stress kunnen je stemming beïnvloeden. Een bloedonderzoek bij je huisarts sluit veel van die oorzaken snel uit.

Logische vraag, en hier is het antwoord positiever dan bij sommige andere klachten. Voor een sombere of wisselende stemming die als deel van de overgang opkomt, kan hormoontherapie helpen; richtlijnen raden aan ze in dat geval te overwegen. Bij een echte depressie ligt dat anders: die wordt behandeld met gesprekstherapie en zo nodig antidepressiva.

Vertrouw op je gevoel dat er meer aan de hand is. Zoek hulp als je stemming langer dan twee weken laag blijft, als je nergens nog zin in hebt, of als de klachten je leven thuis of op het werk beginnen te sturen. Denk je eraan om jezelf iets aan te doen, wacht dan niet en bel je huisarts of de Zelfmoordlijn op 1813 (gratis, dag en nacht).

Je snauwt tegen je partner om iets kleins en je schrikt van jezelf. Een reclamespot doet je in tranen uitbarsten. En een uur later is het weer weg. Voor veel vrouwen kondigt de overgang zich niet aan met opvliegers. Ze merken eerst dat hun lontje korter wordt. Op deze pagina lees je waarom je stemming zo schommelt, wat het verschil is met een depressie, en wat er echt helpt.

Zo omschrijven vrouwen het

"Ik heb een veel korter lontje dan vroeger."

"Ik barst in tranen uit om niks."

"Het ene moment ben ik oké, het volgende sta ik te koken van woede."

"Ik herken mezelf niet meer."

Herkenbaar? Dan ben je met veel. Stemmingswisselingen horen bij de meest gemelde klachten in de overgang, en toch legt bijna niemand meteen de link met hormonen.1 Dat komt ook doordat vrouwen somberheid verwachten, terwijl het bij velen net begint met irritatie en boosheid. Die boosheid is de meest onderschatte klacht van allemaal.

Wat er in je hoofd gebeurt

Oestrogeen doet meer dan je cyclus regelen. Het ondersteunt in je hersenen ook serotonine, de boodschapperstof die je humeur stabiel houdt. Wanneer je oestrogeenspiegel daalt, gaat een enzym in je hersenen serotonine sneller afbreken, waardoor je stemming minder gebufferd raakt.1 Progesteron speelt evengoed mee: het wordt in de hersenen omgezet in een stof die via GABA kalmerend werkt, een soort natuurlijke rem op spanning en prikkelbaarheid. Als progesteron wegvalt, verdwijnt een stuk van die rem.

In de perimenopauze dalen die hormonen niet rustig. Ze schommelen sterk van dag tot dag, soms van uur tot uur.2 Juist die schommeling, en niet het lage niveau op zich, maakt je stemming zo wispelturig. Dat verklaart waarom de klachten vaak het hevigst zijn in de perimenopauze, en waarom ze bij veel vrouwen milder worden zodra de hormonen na de menopauze stabieler liggen.

Stemmingswisselingen reizen bovendien zelden alleen. Slecht slapen, nachtzweten, vermoeidheid en angst komen in dezelfde fase vaker voor, en elk daarvan zet je stemming extra onder druk. Daarom voelt de ene week zwaarder dan de andere.

Stemmingswisselingen of depressie: het verschil

Veel vrouwen vragen zich af of dit nog "gewoon de hormonen" is of iets ernstiger. Die vraag verdient een eerlijk antwoord, want het klopt langs twee kanten.

Het verschil zit in het patroon. Stemmingswisselingen schommelen: na een goede nacht of een fijne middag klaart het weer op. Een depressie doet dat niet. Dan blijft je stemming somber, dag na dag, langer dan twee weken, en verlies je je interesse of plezier in dingen waar je vroeger naar uitkeek.

Tegelijk is de perimenopauze een kwetsbare periode, en dat mag je niet wegwuiven. Vrouwen hebben in deze fase ongeveer anderhalf tot drie keer meer kans op een depressie dan daarvoor, ook vrouwen die er nooit eerder last van hadden. Je klachten afdoen als iets wat er nu eenmaal bij hoort, is dus niet altijd terecht.

Blijft je stemming langer dan twee weken laag, heb je nergens nog zin in, of voel je je hopeloos? Laat je dan begeleiden; dit is goed behandelbaar. Denk je eraan om jezelf iets aan te doen, wacht dan niet en bel je huisarts of de Zelfmoordlijn op 1813 (gratis, dag en nacht). Je hoeft dit niet alleen te dragen.

De weerslag op je relaties en je werk

Stemmingswisselingen blijven zelden binnen je eigen hoofd. Je reageert feller tegen je partner of je kinderen en voelt je daarna schuldig. Op je werk kost het meer moeite om je geduld te bewaren of om kalm te blijven in een lastige vergadering. Dat is geen karakterfout en geen teken dat je het niet meer aankan. Het is een lichaam dat zich aanpast aan een nieuw hormonaal evenwicht. Uitleggen aan de mensen rond je wat er speelt, en benoemen dat je er zelf ook van schrikt, haalt vaak al wat spanning van de lijn.

Wat je zelf kan doen

Een pil die je stemming vlak trekt bestaat niet. Gewoontes met stevig bewijs erachter bestaan wel, en ze ondersteunen meteen je algemene gezondheid.3 Veel vrouwen vinden het rustgevend om eerst hun patroon in kaart te brengen: noteer een week of twee je slaap, je opvliegers, je stress en de momenten dat je omslaat. Zo worden je triggers zichtbaar, en zie je ook dat het schommelt.

  • Beweeg regelmatig. Mik op zo'n 150 minuten matig intensieve beweging per week, zoals stevig wandelen of fietsen. Beweging heeft een bewezen kalmerend effect op stemming en stress.
  • Bescherm je slaap. Te weinig slaap maakt je prikkelbaarder en somberder. Word je wakker van nachtzweten, bespreek dat dan met een arts, want het is behandelbaar. Meer hierover lees je bij slaapproblemen.
  • Haal de druk eraf. Echte pauzes, minder dingen tegelijk en tijd om te herstellen tellen mee als behandeling, niet als luxe. Blijf je doorgaan tot de spanning zich opstapelt, dan komt alles harder binnen.
  • Let op alcohol en cafeïne. Beide voeden onrust en verstoren je slaap. Een glas wijn 's avonds helpt je even ontspannen, maar maakt je de dag erna vaak prikkelbaarder.
  • Praat erover als het zwaar wordt. Cognitieve gedragstherapie helpt goed bij een lage stemming en angst, en kan tegelijk je slaap verbeteren.

Helpt hormoontherapie?

Hier verschilt het advies van sommige andere overgangsklachten. Voor een sombere of wisselende stemming die opkomt als deel van de overgang, kan hormoontherapie wel degelijk helpen. De richtlijnen raden aan ze in dat geval te overwegen.4,5,6

Een klinische depressie ligt anders. Die wordt behandeld met gesprekstherapie en zo nodig antidepressiva, ook tijdens de overgang. Antidepressiva zijn dus niet de eerste keuze voor een overgangsgebonden sombere stemming, tenzij er echt sprake is van een depressie.

Onrechtstreeks helpt hormoontherapie vaak ook. Wie door opvliegers en nachtzweten minder wakker ligt, heeft overdag een langer lontje. Een zorgverlener die de overgang goed kent, bekijkt samen met jou wat in jouw situatie zinvol en veilig is.

Waar kan je terecht?

Blijven de klachten zwaar, of sturen ze je relaties, je werk of je zelfvertrouwen? Dan hoef je dit niet alleen uit te zoeken.

Je huisarts is een goed eerste aanspreekpunt. Die kan met een bloedonderzoek andere oorzaken uitsluiten, zoals een schildklierprobleem of een tekort aan ijzer of vitamine B12, je zo nodig doorverwijzen naar een gynaecoloog of een psycholoog, en samen met jou de eerste stappen zetten. Sommige Belgische ziekenhuizen hebben ook een aparte menopauzeraadpleging.

Wil je meteen iemand spreken die zich dag in dag uit met de overgang bezighoudt? Op Uma vind je zorgverleners die gespecialiseerd zijn in de (peri)menopauze. Je consult verloopt online, je bespreekt er al je klachten samen, ook de mentale die je nog niet met elkaar in verband bracht, en je vertrekt met een concreet plan. Uma is vooral actief in België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk, maar elke vrouw in Europa kan bij een zorgverlener op Uma terecht. Voorschriften zijn geldig in heel Europa.

Bronnen

  1. Maki, P.M. et al. (2018). Depression During and After the Perimenopause: Impact of Hormones, Genetics, and Environmental Determinants of Disease. Obstetrics and Gynecology Clinics of North America.
  2. Kundakovic, M. & Rocks, D. (2021). Perimenopause and First-Onset Mood Disorders: A Closer Look. Focus (American Psychiatric Association), 19(3).
  3. Wereldgezondheidsorganisatie (2024). Physical activity (fact sheet).
  4. National Institute for Health and Care Excellence (2024). Menopause: identification and management — Recommendations. NICE Guideline NG23.
  5. Rozenberg, S. et al. (2026). Richtlijnen Menopauze. Belgian Menopause Society.
  6. BCFI (2025). Hormoontherapie tijdens de perimenopauze: voor- en nadelen.

De inhoud van deze pagina is bedoeld als informatie en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg een arts voor een persoonlijke beoordeling.

Deel dit artikel
Uma

Geschreven door

Uma Health